
‘Waar was u tien jaar geleden?’ vraagt de tv-presentatrice naar aanleiding van de aanslagen van 22 maart 2016.
Wel mevrouw, ik zat bij de psychologe, als een hoopje ellende. Ik was er rotsvast van overtuigd dat ik een einde zou maken aan mijn leven. Dat vertelde ik haar uiteraard niet. Ik vertelde dat ik niet meer sliep, hoogstens indommelen, enkele minuten sluimeren om vervolgens recht te schieten.
Ik lag vaak op het randje van mijn bed, mijn arm bungelend naar beneden. Telkens ik wakker schrok, voelde ik een warme gloed in die hand. Het flitste door mijn hoofd dat het bloed was, bloed dat sijpelde uit een snede overlangs mijn pols. Een dikke donkere stroom vormde via mijn vingers een plas op de grond.
Daar was ik dus die dag… bij de psychologe… Ze begreep dat de situatie ernstig was en wou me niet alleen naar huis sturen. Maar de telefoon werkte niet, het netwerk lag plat door de aanslagen.
Uiteindelijk raakte ik alleen thuis. Ik bevond me in een waas, de grip op mezelf kwijt, verblind door een flauwe zon door het raam. Honderden glinsterende diamantjes zweefden door de kamer. Iemand rende de trap op.
Een negen maanden durende ziekenhuisopname volgde na die dag.
Tien jaar geleden mevrouw, was ik mijn eigen zelfmoordterrorist.
Plaats een reactie