
Wanneer de ruis op de autoradio aanzwelt, vermindert de ruis in mijn hoofd. Alsof radiogolven en hersengolven omgekeerd evenredige grootheden zijn. Hoe verder weg ik rijd, over landsgrenzen heen, hoe helderder ik denk. Ik probeer nieuwe zenders, in de taal van het land waar ik door rijd, maar de radioruis blijft. Stiekem hou ik er van, geef mij maar FM in plaats van DAB.
Halverwege Noorwegen. Daar sta ik dan, tussen met sneeuw bedekte bergtoppen en schapen die struikelen over onze scheerlijnen. De waterval bruist, zo luid dat het elk woord overstemt. Intussen liggen de kinderen, lam geslagen door de warmte, gefrustreerd naar hun gsm te staren. Geen bereik.
De week voor ik vertrok, bracht ik mijn jaren ’50 radiomeubel naar de hersteldienst van het radiomuseum. De lampen waren kapot, niet het soort dat je in de doe-het-zelf gaat halen. Deze worden niet meer gemaakt, maar in Olen, anderhalf uur rijden van Gent, ligt een verzameling van zo’n drieduizend stuks op een zolder. Deze storing is mogelijks te verhelpen. Hoeveel lampen zouden er nodig zijn voor die in mijn hoofd?
Nu ben ik enkele dagen terug in Gent, drieduizend kilometer gereden. Opnieuw ruis in mijn hoofd, maar de radio, die werd hersteld. Hij staat waar hij hoort, in de woonkamer. Een radio die een beetje als mezelf aanvoelt, draaien aan de juiste knoppen, ruis wanneer de lampen opwarmen en dan geleidelijk aan… ontvangst.
Plaats een reactie